We zaten in de auto. Door de week, middernacht, rustig op de weg. Muziekje aan, zwoele lucht, raampjes open, terug van een concert. Scheveningseweg richting haven.

Een tram stopt naast de weg en plotseling springt een meisje van nog geen jaar of 20 uit de tram en rent zó de straat over. “PAS OP!!”  Marnix trapt vol zijn rem in, het meisje schrikt en rent met grote sprong verder. Het scheelde een millimeter. We schrikken ons gek.

Ik hoor Marnix diep inademen .. en ben benieuwd.… Onbewust maak ik ruimte vrij voor de beeldvullende stroom van zó bekende hoofdletters met.. Wat gaat het worden? Welke jeukende, zwerende en alleswegvretende ziektes passeren de revue? Hoeveel varianten op de temeier komen langs, in combinatie met welke geslachtsdelen? Kortom: wat roept Marnix Rueb – de geestelijk vader van Haagse Harry – zélf als hij zich wezenloos schrikt?

Vanuit het diepst van zijn verkrampte tenen bovenop het rempedaal klinkt het dan door de nacht… een brul… een meedogenloze primaire oerkreet… ‘HERT!’

Hert?!

HERT!?!?!?

Okee het was geen Bambi-huppelt-achter-zijn-moeder-aan-hert dat uit zijn strot kwam. Het was een hartgrondige ik-lust-je-rauw-hert.  Maar… Hert? Ik voel een nerveuze slappe lach opwellen…

En dan zie ik ineens haar geschrokken blik weer voor me, die grote, bange ogen in de koplampen. Treffender kan het niet… 

Tjongejonge! Wat een ongelooflijk HERT!

Foto: Springbokje in Madikwe, Zuid-Afrika 2011

 

 

Deel deze pagina