Bob Kangoeroe is jarig en hij geeft een heel groot feest.
Veel dieren zijn gekomen want hij is een aardig beest.
De tuin is mooi versierd, een ronde tafel in de zon.
Gekleurde lampionnen en een vlag aan het balkon.

We proosten met een glaasje prik op onze ouwe Bob.
Hij blaast zowaar z’n kaarsjes uit al is ’t met zo’n kop.
Bob’s moeder snijdt de taart aan en we zingen allen luid.
Van twee violen en een trommel en een fluit.

De taart is snel verdwenen want de krokodil had trek
Het ziet er wel heel komisch uit, die slagroom rond z’n bek.
Helaas, wij hebben niets geproefd van al die lekkernij.
‘Joehoe, en nu de spelletjes’, roept Bob z’n moeder blij.

Het snoepjehappen uit een teil dat wint de pelikaan.
En Twister met een octopus daar is ook geen bal aan.
De aap vraagt om het vlooienspel, het rendier wil een sport.
’t Haasje haasje-over en de ganzen ganzenbord.

We kiezen voor verstoppertje, de pinguin telt tot tien.
Daarna verklaart hij dreigend: ‘wie niet weg is is gezien’.
Al gauw vindt hij de olifant pal naast de tafelpoot.
De lobbes barst in tranen uit en snikt ‘Ik ben te groot’.

De pinguin, verontwaardigd met z’n pootjes in z’n zij,
snauwt: ‘Jij bent af, niet zeuren, stop met die aanstellerij!’
Bob Kangoeroe, als altijd weer een goede vriend, grijpt in.
‘Kom allemaal tevoorschijn want verstoppen heeft geen zin’.

Er wordt nog wat gemopperd, Bob verzint een ander spel.
‘Uhhm…televisietikkertje, ik ben de tikker wel’.
Spontaan begint de olifant te stuiteren van pret.
Helaas wordt daarbij onder hem het egeltje geplet.

We hollen alle kanten uit en Bob komt aangesneld.
Gauw denken we nog even aan wat hij ons heeft verteld.
Zodra je dreigt getikt te worden roep je Mickey Mouse.
Of Teletubbies, Nieuws, maar je bent af met Martin Gaus.

Zo rausen we de tuin door, ook het Nijlpaard dendert voort.
Geen boom blijft overeind staan tot hij eindelijk ontspoort.
De schildpad ziet ’t logge beest recht boven z’n gelaat.
Hij piept nog ‘Waku Waku’ maar toen was het al te laat.

Het knobbelzwijn vermaakt zich in een verse modderpoel.
De rest van ons stampt door onder meedogenloos gejoel.
De tuin is een ravage met kadavers her en der.
En Bob springt triomfantelijk z’n moedertje omver.

Plots is er consternatie in de buurt van de klimop.
Ontbijtkoek aan een touwtje, wie hangt dat in godsnaam op?
Natuurlijk raakt de nek van de giraf erin verstrikt.
Vlak voordat hij het loodje legt heeft Bob ‘m snel getikt.

Nu tikkertje voorbij is puffen wij heel even uit.
Tevreden grijnzend vegen we het zweet van onze snuit.
Nog altijd onvermoeibaar huppelt Bob naar ons en lacht.
Omdat er naast het huis nog een verrassing op ons wacht.

We treffen daar een springkussen, Bob vliegt al in de lucht.
Steeds hoger wil hij springen, ons ontsnapt een diepe zucht.
Met salto’s van 10 meter hoog geeft hij een One-man-show.
We juichen oorverdovend voor de jarige: ‘Bravo!’

Massaal klinkt daarna ‘Hoger! Hoger! Dat kan hoger, Bob!
Hij doet er met een rood hoofd nog een schepje bovenop.
Die landing naast het kussen blijkt uiteindelijk fataal.
Het is het eind van Bob en bijna ook van dit verhaal.

We danken Bob z’n moeder voor een fijn verjaardagsfeest.
De dag is al met al toch onvergetelijk geweest.
Op weg naar huis zingt in mijn hoofd ‘Ei ei wat ben ik blij!’
‘Het volgende verjaardagsfeest dat is – Hoera! – bij mij’.

versie 2017:

oorspronkelijke versie:Terug naar Liedjes
 

Terug naar Liedjes
 

Deel deze pagina