Een laatste krabbel
Nog een paar spetters
Je legt je pen neer
Kijkt rond in je donkere grot
Staat op, dooft het vuur
en wandelt naar buiten
De zon in

In de verte zie je de stad
Die grote stad vol mensen
Vol angst, vol onrust

Ineens is daar die windvlaag
En hoor je de mensen lachen
Ze lachen om jouw poppetjes
Ze lachen om zichzelf
Je staat stil en luistert

Dan draai je je om
Twee hondjes rennen op je af
Wapperende oren. ‘Kom nou!’

Een glimlach verschijnt op je gezicht
Terwijl je het pad afloopt
De zee is kalm en stralend blauw
Als jouw ogen

Voor Marnix Rueb
Gepubliceerd in Po√ęzie op Pootjes 4, 2014

Foto: Golden Eagle, Den Haag, 7 oktober 2014

>> Terug naar Gedichten

 

 

Deel deze pagina