Ik zit buiten
tegen het koude gebouw
waarin jij nu ligt
zo koud als steen
Binnen neemt men nu
afscheid van jou
En je vrouw voelt
troostende armen om haar heen

Ik zit buiten
Binnen staan zij die het weten
van jou en mij
nu in de rij
Een meelevende kus
hun geweten gesust
Daarna stuiven ze mij
met gehaaste pas voorbij

Ik heb nooit het recht gehad
Om van jou te houden
Dus hoe haal ik het in
godsnaam in mijn hoofd
Openlijk te rouwen om jou

Voor mij geen bloemen, voor mij geen bezoek
Slechts een streep in mijn adressenboek
Getuigt van jouw vertrek uit mijn leven
Dit keer voorgoed, dus nooit meer voor eventjes

Voor mij geen bloemen, voor mij geen bezoek
Nooit meer een belletje van jou: ik sta om de hoek
En ik ben vrij, ben vrij tot de zonneschijn
Mag ik alsjeblieft vannacht bij je zijn
Want ik kan niet zonder jou

Ik zit buiten
Verberg mijn gezicht
in mijn handen
Geef eraan toe
verloren

Mijn begrip reikt nog steeds
Tot de hemel zo ver
Maar mijn hart roept harder om jou
dan ooit tevoren

Uit eerste voorstelling Kluister in PePijn (2008)

Foto: Indiase vrouw met zoontje in Delhi, 1999 

 

 

Deel deze pagina