Pleur op man
Je snapt er helemaal niks van
Zeg gewoon eens wat liefs!
Met je botte Haagse strot vol
Klotsende meuk uit het Groen-Geile Boekie
Wat je inmiddels van buiten kent en over me
Uitkotst met zo’n zelfingenomen blik van
Hoor mij! Ik ik ik! Wat ben ik een leuke hippe vent!
En zo creatief in mijn liefdesverklaring aan jou!

Maar dit is geen Haags, dit is egotripperij
En voor mij – Haagse vrouw – geen compliment

Je mist de Haagse lente in je ogen
Die tinteling, het vermogen
Om woorden vol humor en spot
In je hele Haagse wezen en warmte
Te laten verdwijnen 
Je bent gewoon bot!

Dus pleur nou maar op met je zelfvoldane kop
Verdorie! Imbeciel! Mislukte NamaakHagenees!

Het Haagse gevoel zit niet in je smoelwerk
Maar stroomt uit elke porie en moet
Voelbaar zijn tot diep in je ziel
En de mijne
Al noem je me een Temèjâh
Of een Ondâhgeschauve Cirrekushoeâh
Zelfs als je over de Tiefus rept
En het komt echt vanuit je Lèjâh
Dan voel ik dat je me liefhebt

Maar jij…
‘Jè ben gewaun een boeâh!’ 

Gepubliceerd in: Poëzie op Pootjes 3 (2011)

Foto: Binnenhof met sneeuw en volle maan, december 2010

>> Terug naar Gedichten

 

Deel deze pagina