Wie weet was ik destijds de adviseur van Bonaparte.
Nachtelijk genietend van een fles Chateau Laffitte.
Dan vraagt de veldheer zacht bij een ontspannen jeu des cartes.
Vertel me, mon ami… zal ik Waterloo of niet?
Ik kijk ‘m in z’n ogen, zeg een tikkel overmoedig.
Allez Nappó, gá d’r voor. Je krijgt ‘t haast kado.
Je veldslagen tot nog toe, ze verliepen vrij voorspoedig
Geloof me op m’n woord… het wordt jóuw Waterloo.

Ooooooohhhh
Had ik nou maar niets gezegd

Een vriend die in een rokerige Oostenrijkse Stube
Tobberig een halve liter bier naar binnen giet.
Vertelt me heel vertrouwelijk ‘ich möchte gern ein Bube’.
Maar ‘k ben al oud, zeg mij, zal ik nog kinderen of niet?
Uitgelaten van de drank roep ik om nieuwe glazen.
En juich ‘m toe… gá d’r voor, geloof me, ’t zit wel snor.
Die kleine spruit van jou die gaat de wereld nog verbazen
Kom, drink op z’n gezondheid… heil Hitler junior!

Ooooooohhhh
Had ik nou maar niets gezegd

Natuurlijk bralde Ik ook: ‘ay ay captain, no panic!
Hier, drink een glas champagne want we varen morgen uit.
Ze noemen ‘m toch niet voor niks unsínkable Titanic?
Een reddingsbootje meer of minder maakt dan toch niet uit?’
Zo had ik vast de architect van Pisa ook gesproken.
En vroeg ik om een vuurtje aan de Hindenburgpiloot.

En gisteren heeft plotseling Martijn met me gebroken.
Omdat ik met m’n grote bek… dít leven óók weer verkloot.

Terug naar Liedjes
 

 

 

Deel deze pagina