Mijn vader was jazzmuzikant. Overdag zat hij aan een bureau, hij moest tóch een gezin onderhouden, maar ’s avonds zat hij aan de piano. En straalde. Zolang ik me kan herinneren gingen op woensdagavond de meubelen aan de kant want dan kwam de band spelen. Iedere woensdag werd onze huiskamer gevuld met muziek: drum, piano, klarinet, contrabas, vibrafoon, regelmatig ook andere instrumenten en een zangeres. En veel gelach. Mijn pa zat dan in zijn hoekje aan de piano en genoot. Meer had hij niet nodig.

Pianokeessie, zo noemden we hem wel eens voor de grap. Daar moest hij altijd erg om lachen. Pianokeessie. Nu nog, als ik aan hem denk, zie ik hem achter de piano met grote glimlach; even een rare bek trekken als hij zag dat je naar hem keek. Op de bruiloft van mijn broer kroop hij ook achter de piano; het liefst was hij daar de hele avond blijven zitten. Al die drukte en mensen en gesprekken hoefden van hem niet zo. Veel muzikanten zullen dit herkennen “laat mij maar spelen”.

Henk, de drummer van de band, bouwde altijd zijn drumstel op voor de open haard. Niet dat deze aanstond, of dat het koud was, maar dat was zijn vaste plek geworden. Naast de weggeschoven salontafel met de lege koffiekopjes en de koekjestrommel. Henk werd door ons al gauw omgedoopt tot koekiesmonster. De reden laat zich raden.

Toen mijn pa ziek was, heel ziek, en zijn hersenen hem keihard in de steek lieten, heb ik hem nog één keer heel hard zien lachen. Hij lag in zijn staat van niets zeg maar, opgesloten in zijn eigen wereld, en ik begon te vertellen over de band in de woonkamer. “Weet je nog, Pianokeessie?” vroeg ik hem. Hij glimlachte en herhaalde “Pianokeessie.” Toen ik verder vertelde over de band, lichtte zijn gezicht op zoals ik al in maanden niet gezien had. Hij begon te lachen. “Met het koekiesmonster” vervolgde ik, en op dat moment lag hij te schudden van het lachen. “Ja, het koekiesmonster! “ Ha, hij wist het nog. Even, één moment was hij terug in de huiskamer, met zijn muziekvrienden, aan het genieten, aan het lachen… Toen keek hij me verbaasd aan: “Maar hoe weet u dat?”

Deze herinnering koester ik. Het was de allerlaatste keer dat mijn vader uitbundig heeft gelachen. Enkele maanden na zijn overlijden hebben zo’n 25 muzikanten een middag lang samen muziek gemaakt. Al zijn liedjes en arrangementen werden gespeeld, de arrangementen waar hij urenlang, avonden lang mee bezig was. Op muziekpapier, met fijnschrijver en tipp-ex. Arrangementen waarvoor hij zichzelf op latere leeftijd notenschrift heeft aangeleerd. Voor muziek maken had hij dat niet nodig, zijn gehoor was feilloos. Die middag waren zijn muziekvrienden bij elkaar aan het jammen, met zijn arrangementen. Nog één laatste middag was daar het gevoel van weggeschoven meubelen, van gelach, van geklets, van muziekvrienden. Van jazz en koekjes.

 

Deel deze pagina