Geen bloemen, geen bezoek

Ik zit buiten tegen het koude gebouw waarin jij nu ligt zo koud als steen Binnen neemt men nu afscheid van jou En je vrouw voelt troostende armen om haar heen Ik zit buiten Binnen staan zij die het weten van jou en mij nu in de rij Een meelevende kus hun geweten...

Nacht in Den Haag

Een scheepstoeter buldert ik ga er vandoor storm voor de boeg hij verdwijnt in het niets mijn leven ontrafeld mijn bierviltje ook ik stap uit de kroeg alleen, weer alleen kille wind om me heen ik duik diep in mijn kraag trap me stuk op mijn fiets Nacht in Den Haag...

Fietslampje

De wereld ligt te slapen Ik trap mij er doorheen Natte grauwe straten En ik ben weer alleen Bakken vol met water Mijn jas is al doorweekt Het werd ook weer wat later Want wij maakten weer ‘n vreselijke keet O wat hebben we gelachen Met elkaar, ’t was weer een feest...