Met Kluister stonden we voor het allereerst in PePijn. Het mooiste, knusse, historierijke theatertje van Den Haag. Achter het toneelgordijn bevindt zich een smal gangetje waaraan drie deuren grenzen: twee minikleedkamertjes en daartussen een toilet. Een diepe buiging maakten we, voor alle grootheden die hier hun kleren ophingen, in deze spiegels hun gezichten schminckten, hun hoofd stootten omdat het gewoon onhandig kleine kamertjes zijn en hier nog even hun zenuwplas deden.

Dan klinkt het ‘soundchecken!’. Op het podium achter de microfoon draai ik m’n tekst af. Vanuit de achterste hoek krijg ik wat aanwijzingen door van de technicus. Ik kijk de bijna lege zaal in, alleen m’n Kluistercollega Geert zit er, en realiseer me dat ik nog steeds de tafeltjes en lampjes mis in dit ‘vernieuwde Pepijn’. Mijn gedachten dwalen af…

‘Je moet uit de kleren,’ klinkt ineens de stem van Geert uit de schemerige zaal.
‘Hè waaat?’ reageer ik verward. ‘Uit de kleren?’
‘Ja!’ zegt hij nogmaals. ‘Uit de kleren!’
Zijn gezicht ken ik inmiddels wel, zijn humor ook. Dit meent ie overduidelijk. Serieus?
Mijn fantasie slaat meteen op hol. ‘Ja maar’ bedenk ik ‘ik heb mezelf niet bepaald goed geschoren. En dan al die mensen en o ja die pukkel op mijn bil, moet ik me dus niet omdraaien’. Ik zie voor me hoe ik één voor één mijn knoopjes losmaak, terwijl ik aan het zingen ben. Blouse uit, bh los… Oef het valt nog niet mee om dat elegant te doen.’ Het zweet breekt me uit…. Ik schud mijn hoofd wakker.

‘Uhh Geert, even voor de zekerheid, kun je dat nog één keer herhalen? Wat zei je nou?’
Met luide stem klinkt het nu uit de zaal ‘Je moet ar-ti-cu-le-ren!’

‘Ooooh!’ zucht ik opgelucht… ‘Zeg dat dan wat dui-de-lij-ker!’

 

Deel deze pagina