Ken je dat spotje van het Wereld Natuur Fonds? Krioelende vissen in scholen bijeen, wild bewegend door de zee, vol paniek de netten ontwijkend. En dan ineens die rustige schildpad, met één statige slag van zijn voorpoten glijdt hij, nee zwééft hij door het water. Geen inspanning te veel, gewoon onverstoorbaar meedobberend met de stroom. Mocht ik al een doel in mijn leven hebben, dan is het dat: te zweven als een schildpad door het water. Me onbezorgd laten meedeinen op de golven.

Helaas klinkt dat makkelijker dan het is. Soms gaat het een tijdje goed. Lukt het me om met zo weinig mogelijk inspanning een relaxt leventje te leiden. Maar zodra ik het onder de knie denk te hebben, gaat het mis. Dan kruipt ineens de onrust in m’n lijf. Dan ga ik meekrioelen met de rest, wild flapperen met m’n pootjes, proberen tegen de stroom in te zwemmen. Het valt ook niet mee in deze wereld om ontspannen en onverstoorbaar te blijven. Zo veel mensen met zo veel hooi op de vorken, hoge dadendrang, de wens nuttig te zijn, onmisbaar te zijn… afspraak na afspraak, volgeplande agenda’s, drukdrukdruk… allemaal “renners in de trein”. Kijk, die trein rijdt wel, die gaat gestaag door naar het eindpunt, daaraan verander je niets. Nou kun je lekker gaan zitten, banaantje pellen, van het uitzicht genieten en babbelen met de mensen om je heen. Maar je kunt ook gaan rennen in de trein, hollen, drukdrukdruk, heen en weer, zoveel te moeten, te ontmoeten, te regelen en te doen! Niet dat die trein er sneller of langzamer van gaat rijden. Die komt precies aan wanneer hij aan moet komen.

En toch barst het van de treinrenners. Ongezellige reisgenoten in feite. Als ze even bij je neerploffen, steken ze meteen hun neus in hun laptop, ze denken aan de bespreking van daarnet in wagon drie, of ze bereiden zich alvast voor op de aanstaande borrel in de restauratiewagen. Gezellig is anders. Het doet me ook denken aan mijn dwerghamster Yoeri die bloedfanatiek in zijn molentje holde, om telkens weer hoopvol eruit te springen en om zich heen te kijken ‘waar ben ik nu?’ Hij heeft de moed nooit opgegeven. Soms veranderde ik snel wat aan zijn kooi terwijl hij rondrende. Ik kon het beestje toch niet altijd teleurstellen? Maar hoe hard hij ook holde, in feite kwam hij niets vooruit. Ja, rennen in de trein lijkt zinloos, de wereld glijdt voorbij, helemaal vanzelf kom je aan op het eindpunt. Daar hoef je niks voor te doen. En toch bekruipt mij soms die onrust, laat ik me meeslepen. Zijn het de grauwe regenwolken buiten? Rijden we door een tunnel? Is het een medepassagier? Of heb ik gewoon ineens het gevoel dat het leven aan me voorbij glijdt? Dat er méér moet zijn?

Ik begin te wiebelen, sta nerveuzig op, zet wat doelloze stapjes en sluit me dan aan bij alle anderen… Rennend van machinst, via toilet naar balkon, vluchtig zwaaiend naar mensen, graaiend in bagagerekken, vliegend door de gangpaden, trap op en af in de dubbeldekker, zoekend naar… naar wat eigenlijk? Geluk? Grip op het leven? Een nuttig gevoel? Afleiding? Iets ‘te doen’ te hebben? Als de schemer invalt zie ik mijn eigen hijgende weerspiegeling in de ruit. Ik blaas wat plakkerige haren uit mijn gezicht, rood hoofd, grote pupillen kijken me aan….

Kallumpjesan Turteltje! ! Laajuhniegekmaakuh!

Ga zitten, ontspan je, geniet van alles en iedereen om je heen, laat je meedeinen met de stroom… zonder moeite, zo zorgeloos mogelijk… Zweef als een schildpad door het water!

Pffff…. meerennen is vaak zó veel eenvoudiger…

Foto: Schildpad bij Akumal, Mexico (2012)

 

Deel deze pagina